Zondag trokken duizenden inwoners van Ceuta naar de grenspost bij het strand El Tarajal, waar eind juli zeker 70.000 migranten vanuit Marokko de Spaanse exclave binnenkwamen. Voor het eerst verplaatsten de protesten tegen de aanpak van de migratiecrisis zich tot aan de grens zelf.
De stoet vertrok bij de Explanada del Chorrillo en liep via de wijk Príncipe, waar veel Marokkaanse Ceutanen wonen, naar de grenspost. Onderweg sloten honderden motorrijders zich aan. Deelnemers droegen Spaanse, Ceutaanse en enkele Europese vlaggen. Op een grote spandoek stond “S.O.S. Ceuta binnengevallen. Anderen hielde papieren met ‘We willen zonder angst op elk uur wandelen. Waar zijn mijn rechten?’ omhoog. Langs de hele route was massaal politie aanwezig. Verder hielden militairen de hellingen bij de wijk Príncipe in de gaten.
Veel leuzen waren direct gericht aan de regeringsleden premier Pedro Sánchez en minister Grande-Marlaska. De organisatie van de mars lag in handen van de federatie van inwonersverenigingen in Ceuta. Afgezien van een woordenwisseling die ontstond tussen enkele buurtbewoners verliep de mars zonder incidenten.
De grens zelf bleef gewoon open
Bij Tarajal richtten de leuzen zich ook op de Marokkaanse regering. Betogers verweten die geen betrouwbare partner te zijn. Ondertussen bleef het normale grensverkeer gewoon doorgaan. Journalisten meldden de binnenkomst van Marokkaanse vrouwen met een toeristenvisum met naar eigen zeggen boodschappen voor familieleden in Ceuta. Dat viel bij sommige demonstranten niet in goede aarde, waarop deze zichtbaar geïrriteerd reageerden en opriepen de grens dan maar helemaal te sluiten.
Opmerkelijk was dat juist de drijvende barrière die nieuwe oversteekpogingen via het water moet tegenhouden kapot bleek te zijn. Bij de havendam was een gedeelte losgeraakt door storm en golven en lag er gehavend bij.
Duizenden slapen nog op straat
Volgens de laatste cijfers van de Delegación del Gobierno in Ceuta verblijven er ruim 10.000 mensen zonder verblijfsvergunning in de stad. Velen van hen wonen nog altijd buiten, op de stranden van Trampolín en Benítez, onder zeildoeken en geïmproviseerde tenten. Er is inmiddels een levendige informele handel ontstaan in het kamp.
De Spaanse staat heeft de afgelopen weken wel opvangplekken bijgebouwd: 1.700 in tenten op terrein van de haven van Ceuta, naast de bestaande 1.300 plekken op de Loma Margarita, 1.200 op de Loma Colmenar, 500 extra bij het reguliere opvangcentrum CETI en 320 in de voormalige legerkazerne La Hípica. Toch is dat bij lange na niet genoeg voor iedereen die nog op straat leeft.
Voor bewoners is het normale leven verre van teruggekeerd
Voor veel Ceutanen draait de onvrede vooral om het uitblijven van wat zij “normaliteit” noemen: de situatie zoals die was vóór 30 juli. Ze zijn ’s avonds bang op straat, hun kinderen spelen niet meer buiten, hun strand is bezet door migranten en ze voelen zich belemmerd in hun gewone dagelijkse bezigheden. Sommige bewoners van de wijk Príncipe brachten de nacht van zaterdag op zondag door in een geïmproviseerd kampement bij het regeringsgebouw aan de Plaza de los Reyes, naar het voorbeeld van de migranten op het strand. Tot zondag hadden alle protesten zich rond dat plein afgespeeld. De mars naar Tarajal was de eerste keer dat de actie zich tot de grens zelf uitstrekte.