Wie Spanje al een beetje kent, weet dat de mooiste stukken land vaak tussen de toeristische highlights liggen. Een roadtrip met eigen auto geeft je de vrijheid om precies dáár te stoppen waar je wilt: bij een onverwacht wit dorpje, een verlaten strand of een rustieke ‘venta’ die niet in reisgidsen staat. Maar niet elke regio leent zich even goed voor autorijden. Wij kozen vier gebieden uit waar de wegen, het landschap en de stops samen een perfecte mix vormen voor een geslaagde autovakantie in Spanje.
Andalusië: witte dorpen en slingerwegen
Andalusië blijft een klassieker, maar sla de grote steden voor deze keer over en focus op de binnenlanden. Begin in Sevilla, rijd door naar Cádiz en neem dan de bocht via Vejer de la Frontera en Tarifa naar Ronda. Dat laatste stuk, dwars door de Serranía de Ronda en langs verscholen dorpjes zoals Jimena de la Frontera en Gaucín, is waar het pas echt begint: smalle wegen langs kastanjebossen en vergezichten die je lang bijblijven.
Steden als Málaga en Sevilla zijn trouwens steeds lastiger per auto te bezoeken. Grote delen van de binnenstad zijn uitsluitend toegankelijk voor voetgangers en residenten, dus het liefst parkeer je aan de rand van de stad en reis je verder per bus of metro. Bovendien zijn de centra nu Lage Emissie Zones, dus moet je er zeker van zijn dat je met jouw auto toegang hebt. Buiten de steden zijn de wegen prima, maar reken in de zomer op hitte die het rijden pittiger maakt. Voorjaar of najaar is ideaal.
Catalonië: kust, kliffen en middeleeuwse parels

Vanuit Barcelona ben je zo in een ander Spanje. Rijd naar Girona en verder langs de Costa Brava naar Cadaqués, met een stop bij Cap de Creus. De wegen worden smaller en ruiger naarmate je het schiereiland opdraait en dat maakt zo’n roadtrip nou net bijzonder. Girona zelf is een hoogtepunt: een middeleeuws centrum waar je je prima een hele dag in kunt vermaken.
Heb je liever een bergachtig landschap rijd dan van Portbou aan de Middellandse Zee via de N260 (Eje Pirenaico) richting het westen. Deze weg slingert door de Pyreneeën van oost naar west en leidt je langs prachtige landschappen zoals de nationale parken Aigüestortes en Ordesa y Monte Perdido. Bij tal van uitzichtpunten kijk je uit over besneeuwde bergpieken, in kloven en over uitgestrekte bossen. Je kunt ervoor kiezen deze weg en vervolgassen te volgen richting Pamplona en San Sebastián in het Baskenland om je autorit af te sluiten met een rijke pintxostoer door het oude centrum van deze bijzondere kuststad.
Praktisch detail: San Sebastián heeft een milieuzone waar via camera’s wordt gecontroleerd of je auto wel aan de normen voldoet. Alle voertuigen met een buitenlands kenteken moeten vooraf worden geregistreerd via deze website.
Baskenland: compact maar uitdagend
In Baskenland lijken afstanden klein, maar door de heuvels en bochten is elke rit zeer onderhoudend. Start in Bilbao, volg de kust via Lekeitio en Zumaia naar San Sebastián. Onderweg wisselen vissersdorpjes, kliffen en groene valleien elkaar af. Een stuk van 80 kilometer duurt makkelijk anderhalf uur en dat is juist de charme.
Je kunt er ook voor kiezen even van de kust af te wijken het binnenland in om Guernica te bezoeken. Deze plaats is beroemd van het schilderij van Picasso dat het bombardement door de nazi’s tijdens de Spaanse Burgeroorlog herdenkt. Ook staat in Guernica een beroemde ‘eik van Guernika’, het symbolische hart van de Baskische vrijheden met daarnaast het Baskische parlement. Nog steeds legt de Baskische regeringsleider bij de boom zijn eed af.
Waar je praktisch rekening mee moet houden is het weer dat hier anders is dan in de rest van Spanje. Regen en mist komen vaak voor, zeker buiten juli en augustus. Zorg voor goede ruitenwissers en geniet als beloning na de rit in bijvoorbeeld het vissersplaatsje Getaria van de kraakverse rodaballo (kabeljauw) die voor je op tafel wordt gegrild.
Extremadura: ruig, leeg en vol historie
Voor wie Spanje écht kent, is Extremadura de ware verborgen parel. Tussen Portugal en Madrid ligt dit dunbevolkte gebied met drie topsteden: Cáceres (middeleeuwse pracht), Trujillo (conquistador-geschiedenis) en Mérida (Romeinse ruïnes die je kippenvel bezorgen). Ook de kleinere plaatsen Plasencia en Guadalupe zijn de moeite waard. De eerste met zijn dubbele kathedraal en oude stadskern en de tweede met het koninklijke klooster van Santa María de Guadalupe.

De wegen ertussen zijn stil en breed, met uitgestrekte vlaktes en onverwachte heuvels. Passeer je het nationale park Monfragüe, zorg dan dat je je verrekijker paraat hebt. Dit natuurgebied staat bekend als vogelparadijs en omvat de grootste concentratie vale gieren van Europa.
In Extremadura is het handig om op tijd te tanken. Ook wegrestaurants zijn dunner gezaaid dan in andere delen van Spanje en voor een versnapering is het hier juist leuk van je route af te wijken in een klein dorp de plaatselijke bar op te zoeken. Geen massatoerisme dus, maar je voelt je hier bijna zelf een ontdekkingsreiziger.
Zo bereid je je goed voor
Autorijden in Spanje is eenvoudiger dan je denkt, maar een paar aandachtspunten maken het verschil:
- Check ZBE-zones in steden als Barcelona en Bilbao.
- Parkeer buiten historische centra; binnenin is het gedoe.
- Tolwegen zijn vlot, alternatieve routes mooier.
- Lokale feesten blokkeren soms wegen, check voor je vertrek via Google of Waze.
- Geen bagage zichtbaar laten, zeker niet bij stops langs de snelweg.
Verzekerd op weg
Je gaat er natuurlijk van uit dat alles soepel verloopt tijdens je stedentrip, maar onverwachte situaties kunnen altijd voorkomen. Zo kan je bagage gestolen worden, of kan je onderweg pech hebben met de auto. Het is daarom slim om een reisverzekering af te sluiten als je naar het buitenland reist. Op die manier ben je in de meeste gevallen verzekerd tegen de (hoge) kosten die hierbij komen kijken.
Met deze routes en tips stap je zonder zorgen in. Kies een regio, plan losjes en laat Spanje verrassen. De weg erheen is vaak het mooiste deel van de reis.