Dit zijn enkele uitspraken van William Chislett, voormalig correspondent in Spanje voor de Times en tegenwoordig analist bij Elcano Royal Institute en woonachtig in Madrid. Onlangs verscheen zijn boek ‘Spain: what everyone needs to know’. Het interview werd dinsdag gepubliceerd in de Engelstalige editie van El País en biedt een interessante kijk op Spanje en de crisis.
Over die crisis zegt Chislett dus dat Spanje wel het gevecht heeft gewonnen, verwijzend naar de 0,1 procent groei in het derde kwartaal van 2013 en het uitblijven van een volledige bailout, maar daarmee is nog niet de oorlog achter de rug. Chislett ziet de crisis pas als echt beëindigd als het werkloosheidspercentage onder de 10 procent uitkomt. Maar, zo zegt hij, dat gaat niet gebeuren in de nabije, overzienbare toekomst. Want waar moeten die banen worden gecreëerd? Niet meer in de constructiesector of bij de overheid en de banen in het toerisme zijn ook eindig.
Werkloosheid
Met betrekking tot de werkloosheid gelooft Chislett niet dat 26 procent van de Spaanse beroepsbevolking werkloos thuis zit. Hij wil daarmee het probleem niet ontkennen, maar twijfelt alleen aan de omvang ervan. Als de interviewer vervolgens vraagt of dat te maken heeft met de zwarte economie, antwoordt hij volmondig met ‘ja, heel veel’.
De Britse analist ziet Spanjaarden als ‘veerkrachtig’ en ‘verstandig’ in relatie tot de ogenschijnlijk verdwenen ‘indignados’ en varianten op de 25 Mei-beweging. In Spanje waren geen protesten ‘Griekse stijl’ als antwoord op de vele bezuinigingen die de overheid doorvoerde. De ‘verontwaardigden’ zijn echter niet op politieke wijze gekanaliseerd, want het tweepartijenstelsel heeft volgens Chislett zijn langste tijd gehad. Als er nu verkiezingen worden gehouden krijgt geen van beide, PP of PSOE, een absolute meerderheid meer.
‘Geen andere opties’
Wel ziet hij veel gefrustreerde Spanjaarden die niet meer het vertrouwen hebben dat er iemand komt die de dingen zal verbeteren. Chislett zet niet zozeer vraagtekens bij de economische politiek van de PP, maar ‘er zijn domweg geen andere opties’. Wel heeft hij veel kritiek op de bezuinigingen in het onderwijs en verwijst naar Finland, dat in de jaren negentig tijdens een hevige recessie geen stuiver bezuinigde op het onderwijs. ‘Had Spanje maar hetzelfde gedaan, want dat is waar de toekomst ligt’.
Landwet
Is de politieke elite schuldig aan de crisis? ‘Dat niet, maar wel in grote mate verantwoordelijk’. Chislett vindt dat de ellende begon bij de Landwet in 1998 waardoor opeens bijna overal gebouwd kon worden met het achterliggende idee dat de vastgoedprijzen zouden kelderen, terwijl het tegenovergestelde gebeurde. Die wet kwam uit de koker van de PP, maar alle andere partijen liftten volgens Chislett vrolijk mee op het economische model gebaseerd op constructie.
Onderwijs
‘Niemand dacht destijds na over het onderwijssysteem of over wat er in plaats van de bouwsector kon komen’. Chislett vindt het fascinerend om te zien dat op het moment dat de welvaart zijn top bereikte, er gelijktijdig een piek was in schooluitval. Maar liefst 33 procent van de Spaanse scholieren verliet school voor 16 jaar om geld te gaan verdienen. Diezelfde mensen zitten nu met de gebakken peren omdat er geen banen meer zijn te vinden in ‘steen en cement’.
Corruptieschandalen
Wat betreft de corruptieschandalen heeft Chislett geen idee of ooit de bodem van de zaak Bárcenas rond de dubbele boekhouding van de PP zal worden bereikt. Hij vindt echter de corruptie binnen de Andalusische vakbond een graadje erger want daar was veel publiek geld mee gemoeid. Bij de zaak Bárcenas gaat het vooral om geld uit het bedrijfsleven. Dit terwijl men er vanuit mag gaan dat vakbonden een wat ethischer handelswijze hebben.
Verder over het onderwijs merkt Chislett op dat de recente hervormingen de zevende zijn sinds de huidige democratie. Het onderwijs vormt een soort bal die tussen de twee grootste partijen heen en weer wordt gekaatst omdat ze het niet eens zijn over wat fundamenteel is. De PISA-resultaten [internationaal vergelijkend onderzoek naar onderwijskwaliteit] tonen volgens hem aan dat er in de laatste tien jaar weinig is veranderd. Over het Spaanse onderwijssysteem is Chislett niet heel positief. Zelf heeft hij ‘krom gelegen’ om zijn kinderen via het Britse systeem onderwijs te laten volgen. Spaanse studenten studeren veel langer dan bijvoorbeeld Britse. Volgens mensen in Spanje omdat studies in Spanje moeilijker zijn. Chislett vraagt zich echter af of een dergelijke moeilijkheidsgraad nodig is. Studenten zijn tot hun 27e druk met allerlei vreemde onderwerpen waar niemand wat aan heeft. ‘Teveel mensen in Spanje gaan naar de universiteit, die beter af zouden zijn geweest met beroepsgerichte vakken. Maar daar wordt op neergekeken’. Dat de schooluitval in 2012 was gedaald tot 25 procent lijkt een prestatie, maar feitelijk zitten studenten nu hun tijd uit omdat ze nergens anders heen kunnen. Bovendien is 25 procent nog steeds veel hoger dan enig ander land in Europa. Aan de ene kant krijg je zo overgekwalificeerde mensen voor baan die ze uiteindelijk krijgen of ongekwalificeerde mensen die alleen ober kunnen worden of ergens in de landbouw kunnen werken.
Tot slot wijst hij nog op de schizofrene houding die in Spanje bestaat ten aanzien van de belastingen. Velen verwachten een Scandinavisch niveau van publieke dienstverlening, maar willen geen Scandinavische belasting betalen of uberhaupt eerlijk zijn op hun aangiftebiljet.
Lees hier het hele interview in het Engels in El País.
Meer analyses van William Chislett over ‘Spanje, Turkije en verder…’ zijn te lezen op zijn website.