Spanje als ‘Silicon Valley van de georganiseerde misdaad’: Brussel ziet probleem drugsmaffia én inzet

door Else BeekmanElse Beekman
drugshandel

Spanje blijft een van de belangrijkste toegangspoorten voor drugs naar Europa. Dat blijkt opnieuw uit het Europese Drugsrapport 2026, dat dinsdag 9 juni in Brussel werd gepresenteerd. Volgens de EUDA, het drugsagentschap van de Europese Unie, nam Spanje in 2024 alleen al 124 ton cocaïne in beslag, goed voor 37 procent van alle cocaïne die dat jaar in de EU werd onderschept.

Brussel benadrukt dat die cijfers niet alleen iets zeggen over de omvang van het probleem, maar ook over de inzet van de Spaanse autoriteiten. EU‑commissaris voor Binnenlandse Zaken Magnus Brunner noemde Spanje bij de presentatie een land met een “bijzondere situatie”, omdat het fungeert als toegangspoort voor drugs uit Latijns‑Amerika, maar prees tegelijk de samenwerking met Europol en de intensieve controles.

“Silicon Valley van de georganiseerde misdaad”

In dat licht valt een recente uitspraak van de bekende Spaanse misdaadjournalist Manu Marlasca extra op. Hij noemde de Costa del Sol in een interview met Uri Sàbat voor La Fórmula del Éxito het “Silicon Valley van de georganiseerde misdaad”. Hij doelt met die uitspraak op het feit dat internationale drugsnetwerken steeds vaker via havens, logistieke bedrijven, luxe kustplaatsen en legale economische structuren opereren. Marlasca is gespecialiseerd in politieonderzoeken en zware criminaliteit.

 

Ver esta publicación en Instagram

 

Una publicación compartida por PodcastControl (@podcastcontrol)

In het interview plaatst de in politieonderzoek en zware criminaliteit gespecialiseerde journalist Zuid‑Spanje nadrukkelijk in een Europees netwerk. Hij spreekt over hasjroutes vanuit Marokko, cocaïne uit Latijns‑Amerika, de havens van Rotterdam, Antwerpen en Algeciras en criminele groepen die zich bewegen tussen Nederland, België, Spanje en Zuid‑Amerika. Volgens hem draait de moderne georganiseerde misdaad minder om klassiek territorium en meer om toegang tot routes, havens, geld en logistiek.

Spanje vangt veel, maar blijft kwetsbaar

De nieuwste EUDA‑cijfers laten zien hoe belangrijk Spanje is in de Europese drugsmarkt. In 2024 onderschepten EU‑landen samen 330 ton cocaïne; Spanje nam daarvan 124 ton voor zijn rekening en rapporteerde daarmee de grootste hoeveelheid binnen de EU, gevolgd door Frankrijk met 53,5 ton. Tegelijk daalde de totale hoeveelheid onderschepte cocaïne in de EU ten opzichte van 2023, terwijl het aantal vangsten juist toenam, wat volgens de EUDA wijst op aangepaste smokkelmethoden, kleinere partijen en meer gefragmenteerde routes.

Ook bij cannabis springt Spanje eruit. In 2024 was het land goed voor 75 procent van alle in beslag genomen cannabisplanten in de EU en ook bij inbeslagnames van hasj (cannabisresin) stond Spanje bovenaan.

Die cijfers passen bij het beeld van een land op een gevoelige geografische plek. Via de Atlantische Oceaan en grote havens komen ladingen uit Latijns‑Amerika binnen, terwijl via Marokko en de Straat van Gibraltar een vaste hasjroute naar Andalusië loopt. De combinatie van zee, havens, toeristische infrastructuur en internationale mobiliteit maakt Spanje aantrekkelijk voor criminele netwerken.

Havens als sleutel tot macht

Volgens Marlasca is de opkomst van de zogenoemde Mocro‑maffia niet los te zien van de havens van Rotterdam en Antwerpen. Daar komen enorme goederenstromen binnen en kan cocaïne worden verstopt tussen legale vracht, waarbij toegang tot terminals, codes, transportbedrijven of havenmedewerkers een strategisch voordeel oplevert.

Ook de EUDA wijst op dat patroon. Cocaïne komt Europa via verschillende routes binnen, maar grootschalige smokkel via zeecontainers blijft een belangrijke factor. Waar containerhavens worden misbruikt, ziet het agentschap meer corruptie, intimidatie en geweld rond de drugshandel.

De smokkelmethoden worden bovendien gevarieerder. Criminele netwerken gebruiken naast grote havens ook kleinere havens, overslag op zee, snelle boten, drones, semi‑onderzeeërs en complexe technieken om drugs fysiek of chemisch te verbergen. Voor politie en douane maakt dat het werk steeds ingewikkelder.

Spanje’s rol is met het toegenomen belang van Rotterdam en Antwerpen veranderd. De haven van Algeciras, vlak bij de Straat van Gibraltar, blijft een strategische toegangspoort. Daarvandaan kunen ladingen snel kunnen worden verplaatst naar de Costa del Sol, de rest van Spanje of verder Europa in.

In maart 2026 werd dat opnieuw zichtbaar toen de Spaanse politie samen met de Braziliaanse politie een organisatie ontmantelde die 1.500 kilo cocaïne uit Brazilië naar Spanje zou hebben gebracht. De drugs zaten verstopt in zakken cement, met binnenkomst via Algeciras en een loods in Marbella als bestemming. Autoriteiten linkten de organisatie aan de Mocro‑maffia en maakte volgens de politie bovendien gebruik van een ogenschijnlijk legaal bedrijf in Bremen.

Marbella is daarmee niet alleen een decor. De stad en de bredere Costa del Sol bieden veel aantrekkelijks voor zulke netwerken: internationale contacten, luxe vastgoed, anonimiteit, dure voertuigen, horeca, toeristische verhuur en een economie waarin veel geld circuleert.

Van hasj naar cocaïne en zwaarder geweld

Marlasca waarschuwt in het interview ook voor een verschuiving in Zuid‑Spanje. Terwijl het in Campo de Gibraltar jarenlang vooral draaide om hasj uit Marokko, zouden sommige traditionele smokkelclans zich nu ook richten op cocaïne. Een lucratievere, maar ook gewelddadiger markt. Ccocaïneladingen worden volgens hem steeds vaker bewaakt met zware wapens, vooral uit angst dat rivaliserende groepen de partij stelen.

De EUDA ziet eveneens dat drugshandel met meer geweld, intimidatie en corruptie gepaard gaat. Zeker rond cocaïneroutes en havens. Concurrentie binnen de cocaïnemarkt is volgens het agentschap een belangrijke aanjager van bendegeweld en moorden in sommige landen.

Ook in Spanje is die druk voelbaar. Op 8 mei 2026 kwamen twee Guardia Civil‑agenten om het leven tijdens een achtervolging van een narcolancha bij Huelva en vorig jaar kwamen twee Guardia Civil-agenten om toen een drugsboot hun patrouilleboot ramde bij Barbate. Deze tragische incidenten onderstrepen de grote risico’s van de strijd tegen drugssmokkel langs de Andalusische kust.

Brussel neemt Spanje in bescherming

Brussel wijst bij de presentatie van het Europese Drugsrapport 2026 Spanje niet alleen aan als kwetsbare invoerroute, maar erkent ook nadrukkelijk de inzet van het land. EUDA‑directeur Lorraine Nolan stelde dat de omvang van de inbeslagnames juist laat zien hoe intensief Spaanse politie‑ en douanediensten optreden tegen drugshandel. Ze verwees bovendien naar de prijs die agenten daarvoor betalen.

Hoge vangstcijfers wijzen in haar optiek op de kwetsbaarheid van een land als invoerroute, maar tonen ook aan dat opsporingsdiensten veel onderscheppen.

Een recent voorbeeld is de grote vangst bij de Canarische Eilanden in mei 2026. De Guardia Civil onderschepte toen een vrachtschip in de Atlantische Oceaan met een uitzonderlijk grote lading cocaïne aan boord; voorlopige schattingen spreken van 30 tot mogelijk 40 ton, waarmee het volgens Spaanse en internationale berichtgeving om een van de grootste cocaïnevangsten in de Europese geschiedenis gaat.

Glamour met een schaduwkant

De Costa del Sol blijft voor miljoenen mensen een aantrekkelijke en in het dagelijks leven veilige regio. Wie in Málaga, Marbella, Estepona of Benalmádena woont of vakantie viert, merkt meestal weinig van de internationale onderwereld die op de achtergrond actief is. Maar dat maakt het probleem niet minder serieus.

De uitdaging voor Spanje gaat daarom verder dan het onderscheppen van containers of het arresteren van smokkelaars op zee. Het gaat ook om het beschermen van havens, het tegengaan van corruptie, het controleren van geldstromen en het voorkomen dat crimineel kapitaal zich nestelt in vastgoed, horeca of ogenschijnlijk keurige bedrijven.