Spanje houdt op zondag 29 november vervroegde verkiezingen. Premier Pedro Sánchez maakte maandag bekend het parlement te ontbinden, na een roerige politieke week rond de woningcrisis. Daarmee komt de huidige regeerperiode voortijdig ten einde.
Sánchez maakte zijn besluit maandagochtend bekend vanuit regeringspaleis La Moncloa. Hij had koning Felipe VI zondag al geïnformeerd. Een buitengewone ministerraad zet maandag de ontbinding van de Cortes Generales, het Spaanse parlement, formeel in gang.
Het Spaanse staatsblad BOE publiceert het verkiezingsbesluit dinsdag 6 oktober. Daarmee begint officieel de periode van 54 dagen tot de verkiezingen.
Sánchez erkent fouten van regering
In zijn verklaring verdedigde Sánchez het beleid van zijn coalitieregering, maar erkende hij ook dat niet alles is gelukt. Volgens de premier heeft zijn regering fouten gemaakt en zijn niet alle voorgenomen hervormingen gerealiseerd.
Om verder te kunnen regeren en nieuwe hervormingen door te voeren, zegt Sánchez een nieuw en breder mandaat van de kiezer nodig te hebben. Hij vraagt om een grotere progressieve meerderheid.
Daarbij zette de PSOE-leider meteen de toon voor de campagne. Hij presenteerde de verkiezingen als een keuze tussen voortzetting van het progressieve beleid en wat hij een ultrarechtse coalitie noemde.
Woningbeleid brengt politieke crisis
De directe aanleiding voor de vervroegde verkiezingen ligt bij de woningcrisis. Vrijdag leed de regering een zware nederlaag in het Congres van Afgevaardigden. Twee decreten met maatregelen voor de onder druk staande woningmarkt haalden geen meerderheid.
Junts stemde samen met PP, Vox en UPN tegen de voorstellen. Een van de maatregelen was een verlenging tot 2030 van de bescherming tegen bepaalde huisuitzettingen.
De nederlaag kwam op een gevoelig moment. Hoge huren en huizenprijzen zorgen in Spanje voor steeds meer maatschappelijke onvrede. De afgelopen tijd waren er op verschillende plaatsen protesten voor betaalbare huisvesting.
De stemming maakte bovendien opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar de positie van de regering in het parlement is. PSOE en Sumar beschikken zelf niet over een meerderheid en waren de afgelopen jaren afhankelijk van steun van verschillende regionale partijen.
PP en Vox blij met vervroegde verkiezingen
De PP reageerde tevreden op de aankondiging. Partijleider Alberto Núñez Feijóo zei dat de Spanjaarden “eindelijk” weer kunnen kiezen. Zijn partij had Sánchez al langere tijd opgeroepen vervroegde verkiezingen uit te schrijven.
Vox-leider Santiago Abascal reageerde eveneens positief. Zijn partij drong al langere tijd aan op nieuwe verkiezingen. Abascal waarschuwde zijn achterban tegelijkertijd om zich niet rijk te rekenen met gunstige opiniepeilingen. Volgens hem zijn de verkiezingen nog zeer onzeker.
Links van de PSOE zorgt de korte aanloop vooral voor tijdsdruk. De linkse partijen die tot nu toe samenwerkten binnen Sumar, de kleine coalitiepartner van de socialisten, gaan verder onder een nieuwe naam: Frente Amplio (Breed Front). Het gaat onder meer om Movimiento Sumar, het linkse Izquierda Unida, het Madrileense Más Madrid en de Catalaanse Comuns. Vicepremier Yolanda Díaz is zelf geen kandidaat. Het nieuwe bondgenootschap wil op 17 oktober zijn lijsttrekker presenteren.
Podemos doet vooralsnog niet mee. De partij ontstond in 2014 uit de protestbeweging tegen de bezuinigingen en ging in 2023 nog samen met Sumar de verkiezingen in, maar brak kort daarna met de coalitie. Podemos stelt nu open voorverkiezingen voor op 14 en 15 oktober, waarin iedereen kan meestemmen over één gezamenlijke kandidaat. Oud-minister Irene Montero wil daaraan meedoen. Verdeeldheid kan links zetels kosten, omdat het Spaanse kiesstelsel per provincie grotere partijen bevoordeelt.
Rechts begint campagne met voorsprong
De verkiezingen komen voor Sánchez op een lastig moment. In de nieuwste 40dB-peiling voor El País en Cadena SER staat de PP op 31,6 procent, tegen 27,4 procent voor PSOE. Vox stijgt naar 18,4 procent. Samen komen PP en Vox daarmee op 50 procent, terwijl PSOE, Sumar en Podemos gezamenlijk op 35,7 procent staan.
De peiling dateert echter van vóór de politieke gebeurtenissen van de afgelopen dagen. 40dB ondervroeg de 2.000 deelnemers tussen 25 en 28 september, dus vóór de nederlaag over het woningbeleid en vóór Sánchez de verkiezingen aankondigde. De eerste nieuwe peilingen zullen moeten uitwijzen of die gebeurtenissen de politieke verhoudingen hebben veranderd.
Regionale partijen kunnen doorslaggevend zijn
Junts, ERC, PNV en EH Bildu kunnen opnieuw een belangrijke rol krijgen als na 29 november geen van beide grote politieke blokken een meerderheid behaalt.
Vooral Junts staat daarbij in de belangstelling. De Catalaanse partij hielp Sánchez na de verkiezingen van 2023 aan een nieuwe termijn, maar zegde in het najaar van 2025 de samenwerking op. Junts verwijt Sánchez dat hij de woningnood gebruikt voor electoraal gewin en zegt dat hij al veel eerder verkiezingen had moeten uitschrijven.
Acht weken tot de verkiezingen
Spanje hield de laatste landelijke verkiezingen in juli 2023. Geen van beide politieke blokken behaalde toen voldoende zetels om alleen te regeren. Sánchez kon uiteindelijk verder als premier dankzij afspraken met verschillende linkse en regionale partijen.
Nu begint een korte verkiezingsstrijd. Naast de woningcrisis zullen naar verwachting ook koopkracht, immigratie, publieke voorzieningen en de economische ontwikkeling belangrijke onderwerpen worden.
De officiële verkiezingscampagne begint op 13 november. Op zondag 29 november gaan de Spanjaarden naar de stembus.