Spanje stuurt weer meer irreguliere migranten terug

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Spanje stuurt weer meer irreguliere migranten terug

In 2019 werden in Spanje 11.153 van de in totaal 37.890 aangekomen migranten die niet in aanmerking kwamen voor asielopvang teruggestuurd naar het land van herkomst. Daarmee blijft Spanje nog steeds achter op het Europees gemiddelde van 36%, maar zijn er ten opzichte van 2018 aanzienlijk meer irreguliere migranten teruggestuurd. In dat jaar ging het om 19%, het laagste percentage sinds 2013. 

In 2018 kwam een recordaantal irreguliere migranten Spanje binnen terwijl daarvan in datzelfde jaar nog geen vijfde deel werd teruggestuurd. Nu ligt dat percentage weer in de buurt van het percentage migranten dat tijdens de regeerperiode van de conservatieve Partido Popular werd teruggestuurd.  

De meeste migranten die in Spanje aankomen, zijn van Marokkaanse of Algerijnse afkomst. Met Marokko en Mauritanië heeft Spanje in 2018 een conventie ondertekend waarin is afgesproken dat irreguliere migranten uit deze landen na aankomst in Spanje mogen worden gerepatrieerd. 

Covid-19 stimulans voor irreguliere migratie

Nu als gevolg van het opgeschorte vliegverkeer door Covid-19 het terugsturen van irreguliere migranten is uitgesteld, heeft de Europese Commissie daar herhaaldelijk haar zorgen over uitgesproken in interne rapporten, waar de Spaanse krant El País toegang toe had. Daarin wordt gesteld dat de uitgestelde vluchten een stimulans kunnen vormen voor irreguliere migratie. Herziening en aanvulling van de bestaande overeenkomsten met niet-EU-landen moeten de irreguliere migratiestroom remmen door het verblijf in Europa minder aantrekkelijk maken. 

Beter migratiebeleid 

De Spaanse minister van Binnenlandse Zaken Grande-Marlaska heeft in zijn eerste jaar als minister al de nodige inspanningen geleverd voor de totstandkoming van een beter migratiebeleid en de daarvoor noodzakelijke verbeterde samenwerking met de Afrikaanse overheden en het maken van afspraken over de te volgen routes voor het repatriëren van migranten.

Die noodzaak blijkt wel uit het geval van de 23-jarige Malinese Mody Cissoko die in 2019 werd teruggestuurd naar Mauritanië nadat hij eind 2018 was aangekomen op de Canarische Eilanden, om te ontkomen aan het geweld en de armoede in zijn eigen land. Eenmaal terug in Mauritanië zetten de autoriteiten hem af bij de grens van Mali en werd hij zonder eten of drinken aan zijn lot overgelaten. Vijf maanden na de gedwongen repatriëring schreef Cissoko aan de krant El País: “Het gaat niet goed met mij. Ik ben omringd door oorlog en zoek nu naar de financiële middelen om opnieuw de oversteek te kunnen maken. Het is onmogelijk voor mij om hier te blijven”.