Spanje verwacht deze zomer 43 miljoen buitenlandse toeristen, goed voor 64 miljard euro

door Else BeekmanElse Beekman
buitenlandse toeristen in Puentedey, een dorpje in het binnenland

Spanje gaat een recordzomer tegemoet dankzij de vele toeristen die het land van plan zijn te bezoeken. De onrust in het Midden-Oosten en een zichtbaar voorzichtiger Europese toerist lijken vooralsnog geen bedreiging voor ‘ lands toeristische sector te vormen. Men verwacht tussen juni en september zo’n 43 miljoen buitenlandse bezoekers, 6% meer dan vorig jaar. Samen zullen die bezoekers ruim 64 miljard euro uitgeven. Een toename van 10%.

In het kort

  • Spanje verwacht deze zomer (juni-september) 43 miljoen buitenlandse toeristen, 6% meer dan vorig jaar.
  • Die toeristen geven samen naar verwachting zo’n 64 miljard euro uit, een stijging van 10%.
  • Nederlandse, Duitse, Franse en Britse toeristen reizen dit jaar voorzichtiger: korter verblijf en scherper op de prijs
  • Spanje nadert de grens van 100 miljoen toeristen per jaar, een aantal dat wereldwijd alleen Frankrijk eerder haalde.

Deze cijfers, opgesteld door het toerismebureau Turespaña, werden maandag gedeeld door minister Jordi Hereu van Industrie en Toerisme, samen met zijn staatssecretaris Rosario Sánchez Grau. Ten opzichte van de voorzichtige verwachtingen afgelopen maart, vallen deze cijfers aanzienlijk positiever uit. Toen was nog volstrekt onduidelijk hoe de oorlog in het Midden-Oosten de vakantieplannen van Europeanen zou beïnvloeden.

Bestedingen groeien harder dan het aantal bezoekers

Opvallend is dat de uitgaven van toeristen sneller stijgen dan hun aantal – een trend die Spanje al enkele jaren ziet en die het land bewust probeert te versterken. Minister Hereu noemde dit het bewijs dat het beleid van “triple sostenibilidad” (drievoudige duurzaamheid) werkt: niet simpelweg meer toeristen trekken, maar toeristen die meer besteden en zich meer verspreiden over het land.

In traditioneel minder toeristische regio’s groeien de bestedingen deze zomer met 8 tot 10%. Voor de zes populairste Spaanse bestemmingen, Andalusië, Madrid, Catalonië, Valencia, de Balearen en de Canarische Eilanden geldt een percentage van 5 tot 6%. Daarmee lijken de pogingen van Spanje om de druk op de bekendste hotspots zoals Barcelona, Palma de Mallorca of de Costa del Sol, wat te verlichten, zijn vruchten af te werpen. Men wil bezoekers verleiden voor minder voor de hand liggende bestemmingen te kiezen.

Mei was de laatste maand met officiële cijfers en tot dan groeiden de bestedingen van  buitenlandse toeristen al met 7,8% tot 50,2 miljard euro, terwijl het aantal bezoekers met 5% steeg tot ruim 36 miljoen. Ook de werkgelegenheid in de sector bereikte een record: meer dan 3 miljoen mensen werken inmiddels in het Spaanse toerisme. De sector werkt op basis van minder tijdelijke contracten dan gemiddeld in de rest van de economie.

Nederlanders voorzichtiger: korter verblijf, kritischer op de portemonnee

Voor Nederlandse vakantiegangers is er ook een minder rooskleurig kantje aan het verhaal. Uit het Turespaña-trendrapport voor deze zomer blijkt dat reizigers uit Nederland, samen met Duitsers, Fransen en Britten, zich duidelijk voorzichtiger opstellen. Zij boeken vaker vroeg om kortingen te pakken, kiezen voor kortere verblijven en wijken sneller uit naar goedkopere alternatieven zoals Marokko of Turkije. Vooral de Duitse en Franse markt – traditioneel de twee grootste toeleveranciers van toeristen aan Spanje – voelen de gevolgen van economische tegenwind in eigen land.

Toch blijft Spanje voor de meeste Nederlanders favoriet: de vraag blijft stabiel, alleen reist men zuiniger. De gemiddelde hotelkamerprijs deze zomer ligt op 207 euro per nacht (+2,4%), en de boekingen voor juli liggen al op 29%, dus wie nog een plekje zoekt, kan beter niet doet er goed aan niet te lang te wachten.

Op weg naar 100 miljoen toeristen

Minister Hereu liet doorschemeren dat Spanje dit jaar wel eens de magische grens van 100 miljoen internationale toeristen kan doorbreken. Dat aantal haalde wereldwijd alleen Frankrijk eerder. In 2025 kwamen er al 96,8 miljoen buitenlandse bezoekers naar Spanje. In het eerste kwartaal van 2026 kwamen er 26,6 miljoen toeristen, 3,4% meer dan een jaar eerder, terwijl de bestedingen drie keer zo hard groeiden als het aantal bezoekers.

Toeristen van verder weg, bijvoorbeeld uit de Verenigde Staten, Canada, China en Japan, vormen daarbij steeds meer het fundament onder de Spaanse toerismesector, nu de traditionele Europese buurlanden wat terughoudender worden. Deze bezoekers blijven doorgaans langer en geven meer uit per verblijf, precies het soort “kwaliteitstoerisme” waar Spanje op mikt.

Voorzichtig optimisme ondanks internationale onzekerheid

Minister Hereu benadrukte dat de Spaanse toeristische sector opnieuw veerkracht toont, ditmaal te midden van het nog onopgeloste conflict in het Midden-Oosten. Volgens hem heeft Spanje daarbij een gunstigere uitgangspositie dan andere Europese concurrenten, dankzij een kleinere gevoeligheid voor prijsschommelingen en de eigen raffinagecapaciteit, die het land meer strategische autonomie geeft.

Toch klonk de minister niet euforisch. Hij sprak liever van “waakzame rust en redelijk optimisme” voor de rest van het jaar, wijzend op eerdere crises – de oorlog in Oekraïne, de coronapandemie en het conflict tussen Israël en Palestina – die het Spaanse toerisme telkens weer wist te doorstaan zonder de eigen transformatiedoelen los te laten.

Wie deze zomer naar Spanje afreist, doet dat dus te midden van drukke stranden, stijgende hotelprijzen én een sector die, ondanks alle internationale spanningen, gewoon record na record blijft breken.