Vijf Spaanse steden kampen weer met vastgoedbubbel

door admin
huizenprijzen

De moeite om een huis te kopen ligt dicht bij het niveau van de ‘vastgoedbubbel’ in vijf Spaanse steden. Daar zijn de prijzen de afgelopen maanden sterk gestegen. Het maandelijkse bedrag gezinnen moeten uitgeven om de hypotheek te betalen ligt al dicht bij de verhoudingen van 2005-2006, de jaren voor het uitbreken van de vastgoedcrisis in 2008.

Het gaat om de steden Madrid, Barcelona, Sevilla, Palma de Mallorca en Málaga. In deze grote hoofdsteden ligt de inspanning, het deel van het netto-inkomen dat besteed wordt aan wonen, rond de 40%. Dit wordt beschouwd als de aanbevolen maximale limiet voor het verkrijgen van een lening. Maar, idealiter ligt dit niet hoger dan 30%.

Vastgoedbubbel; prijzen rijzen de pan uit

In Palma de Mallorca is de vastgoedbubbel het meest kritiek voor huizenkopers. De gemiddelde inspanning is er 58,74%, Daarna volgt Madrid (56,97%). Vervolgens komt Málaga (51,09%), waar de prijzen de afgelopen twee jaar versneld zijn gestegen. En zelfs met dubbele cijfers, waardoor de huizenprijzen in de Andalusische hoofdstad recordhoogtes hebben bereikt.

Op de vierde plaats staat Barcelona met een ratio van 50,47%, gevolgd door Las Palmas (41,07%), Alicante (39,96%) en Bilbao (39,30%), volgens gegevens van taxatiebedrijf Uve Valoraciones. Deze gespannen situatie op de woningmarkt staat niet op zichzelf. Het gemiddelde percentage steeg aan het einde van 2023 naar 40,5% van het inkomen in de 276 grootste Spaanse gemeenten die het taxatiebedrijf heeft geanalyseerd.

Dit is de eerste keer in tien jaar dat de 40% ratio wordt overschreden. Volgens de gegevens van Uve Valoraciones was de laatste keer dat een hoger cijfer werd bereikt in 2014 (42,4%). In 2007 ging 59,5% van het netto huishoudinkomen op aan wonen, het minimumpercentage was 30,9 % in 2021

Kopers tweede woning drijven huizenprijzen op

Uit de analyse blijkt dat de situatie bijzonder complex is een aantal toeristische gemeenten in Spanje. In een analyse stelt de taxateur dat in dit geval de aankoopinspanning hoger is dan 60% van het netto gezinsinkomen. Dit is het geval in 22 Spaanse steden. Onder andere in Santa Eulalia del Río (Ibiza), Adeje (Tenerife), Marbella en Jávea.

“Er zijn Spaanse steden waar een inwoner 60% van zijn netto gezinsinkomen moet besteden om een huis te kunnen kopen. Dit cijfer is het resultaat van het feit dat een groot deel van de woningen in de gemeente wordt gekocht door mensen die er niet permanent wonen. Zij hebben een veel hogere koopkracht dan de gemiddelde inwoner”, zegt Germán Pérez Barrio, voorzitter van UVE Valoraciones.

Wonen is duur in Madrid en Barcelona

Als we kijken naar een aantal wijken in Madrid en Barcelona, zien we dat de hoogste koopinspanning wordt geleverd in Ciutat Vella. Daar bedraagt de gemiddelde huur 23.821 euro bedraagt. De koopinspanning is 87,57%, terwijl de huurinspanning 97,57% is. In Eixample, met een gemiddeld inkomen van 44.874 euro, is de koopinspanning 65,4%. De huurinspanning is 55,19%. Daarna volgt de Madrileense wijk Retiro, met een gemiddeld inkomen van 56.077 euro. Gemiddeld gaat er 64,56 % van het inkomen op aan de koopwoning, het percentage dat gemiddeld opgaat aan huishuur is 40,74%. In de wijk Salamanca wordt gemiddeld 61% van het netto-inkomen uitgegeven aan de koopwoning.

Dit vind je misschien ook interessant: Spaanse vastgoedmarkt verkrachting in context van economische vertraging 

 

Dit vind je misschien ook leuk