Voor duizenden eindexamenkandidaten is de Selectividad in Spanje het moment van de waarheid. Wie naar de universiteit wil, moet deze toelatingsexamens (Prueba de Acceso a la Universidad, PAU) goed doorstaan. Deze serie landelijke toetsen bepaalt niet alleen óf, maar ook waar je mag gaan studeren. Op 2, 3 en 4 juni worden deze examens in heel Spanje afgenomen en zijn ze net als vorig jaar zwaarder dan ooit. Ze zorgen voor flink wat stress, discussie én stevige concurrentie.
In het kort
- Dinsdag 2 juni beginnen de toelatingsexamens voor de universiteit: PAU of Selectividad in Spanje.
- Toegang loopt via het tweejarige Bachillerato, waarna een score tot 14 punten cruciaal is voor populaire studies.
- Leerlingen op (semi-) privéscholen hebben vaak meer herkansingsmogelijkheden en dus een voorsprong.
- De examens zijn verzwaard, met minder keuze, meer inzichtvragen en strengere, geharmoniseerde correctie.
- Nog steeds zijn technische studies, geneeskunde en businessstudies populair.
Alsof dat nog niet genoeg is, blijkt ook dat niet alle leerlingen gelijke kansen hebben. Want de omstandigheden verschillen sterk per school.
Wat is het Bachillerato?
Voordat scholieren in Spanje aan de Selectividad mogen deelnemen, volgen ze eerst het Bachillerato: een tweejarige opleiding voor jongeren van 16 tot 18 jaar. Leerlingen kiezen daarvoor een profiel – bijvoorbeeld natuurwetenschappen, maatschappij of kunst – en volgen vakken die aansluiten op hun studiekeuze.
Het Bachillerato is te vergelijken met een ruim havo – of vwo-diploma. Het is geen exacte kopie van het Nederlandse havo of vwo, maar dient wel als standaardvoorbereiding op een universitaire studie in Spanje.
Met het Bachillerato op zak kunnen leerlingen ook doorstromen naar de ‘Formación Profesional Superior’ (vergelijkbaar met het Hoger Beroeps Onderwijs HBO in Nederland).
Hoe werkt de Selectividad?
De Selectividad – officieel Evaluación del Bachillerato para el Acceso a la Universidad (EBAU of PAU) – bestaat uit meerdere examens. De uiteindelijke score bepaalt wie wordt toegelaten tot welke opleiding. Die score kan maximaal 14 punten bedragen en is opgebouwd uit twee delen:
- Tot 10 punten:
Gebaseerd op 60% van het gemiddelde cijfer uit het Bachillerato en 40% van de verplichte Selectividad-examens. - Tot 4 extra punten:
Scholieren kunnen extra vakken kiezen in een vrijwillige fase. Als die vakken aansluiten op de gewenste opleiding en goed worden gemaakt, kan de totaalscore omhoog.
Voor populaire studies als geneeskunde of biomedische wetenschappen is vaak een score van 13 of meer nodig. Een tiende punt verschil kan dus allesbepalend zijn.
Niet iedereen heeft dezelfde kansen
Wat extra gevoelig ligt, is het verschil in beoordeling tussen scholen. In veel escuelas concertadas – deels particuliere, maar met overheidsgeld gesubsidieerde scholen – hebben leerlingen doorgaans meer herkansingsmogelijkheden en soepelere beoordelingspraktijken dan op openbare scholen. Formeel volgen beide dezelfde leerplannen, maar concertados hebben meer speelruimte in de manier van lesgeven en examineren, waardoor hun leerlingen gemiddeld hogere Bachillerato‑cijfers halen.
Omdat die cijfers voor 60% meetellen in de toelatingsnota, levert dat een structureel voordeel op bij de toegang tot schaarse universitaire plaatsen – iets wat onderwijsexperts al jaren als fundamenteel oneerlijk bekritiseren.
Waarom is de Selectividad in 2026 extra zwaar?
Naast die ongelijkheid tussen scholen is ook het examen sinds vorig jaar flink aangescherpt. Tijdens de coronapandemie kregen scholieren meer keuzemogelijkheden en werd de toets versoepeld. Die regeling is in 2025 geschrapt.
Bovendien zijn de vragen zijn nu uniform, landelijk gestandaardiseerd en vooral gericht op inzicht en toepassing. Minder stampen en meer analyseren. Op papier eerlijker, maar voor scholieren betekent het vooral: meer druk en minder speelruimte.
Vanaf dit jaar wordt de Selectividad stap voor stap ook verder gelijkgetrokken tussen de 17 regio’s: universiteitenkoepel CRUE heeft daarvoor 550 vakexperts gezamenlijke richtlijnen laten uitwerken voor de structuur van de examens, het aandeel competentiegerichte vragen, de blokken basisstof per vak en uniforme correctiecriteria, inclusief zwaardere weging van spellingfouten tot 10% (20% bij taalexamen).
Het gaat nadrukkelijk om harmonisatie en niet om één landelijk identiek examen, dat blijft om praktische en inhoudelijke redenen onhaalbaar zolang de Bachillerato‑curricula per regio verschillen. Afspraken moeten echter wel zichtbaar maken dat de proef in heel Spanje ‘eerlijk’ verloopt in het gemeenschappelijke deel.
Wat studeren leerlingen na het Bachillerato?
Na het Bachillerato kiezen Spaanse leerlingen grofweg tussen de universiteit en Formación Profesional (FP). Beide routes groeien, maar vooral de beroepsopleidingen zitten in de lift: inmiddels volgen ruim een miljoen studenten een FP‑traject en het aantal afgestudeerden in Grado Medio en Grado Superior bereikte in 2023‑2024 een recordniveau. De overheid presenteert FP expliciet als speerpunt om tekorten op de arbeidsmarkt snel te vullen.
Aan de universiteit valt in 2026 vooral de dominantie van STEM‑studies op. Informatica en software‑engineering, andere technische ingenieursopleidingen en combinaties als wiskunde met natuurkunde horen steevast bij de meest gevraagde graden. In de zorg zijn Medicijnen, Tandheelkunde en biomedische opleidingen populair, maar ook sterk gefilterd via de hoge eindcijfers die daarvoor nodig zijn (notas de corte). In de economische hoek blijven Administratie en Dirección de Empresas (ADE, bedrijfskunde en management), dubbele graden zoals ADE+Rechten en andere businessprofielen vaste publieksfavorieten.
In FP ligt de nadruk op sectoren waar vraag en baanzekerheid het grootst zijn: digitalisering, zorg en bedrijfsvoering. Opleidingen in ICT, gezondheidszorg en administratie/financiën keren in vrijwel elk rankinglijstje terug als “FP met de meeste uitgangen”. Denk aan titels als Techniciën en Verpleegkunde, Sociale Integratie, Kleuteronderwijs, Bedrijfsadministratie, Boekhouding. Ook technische profielen zoals app-ontwikkeling, systeem- en netwerkbeheer.
En waar willen jongeren studeren?
Niet alleen de studie, maar ook de stad speelt een grote rol in de keuze van Spaanse studenten. In 2025 blijven de volgende steden het populairst, zowel bij Spaanse als internationale studenten:
- Madrid is met afstand de grootste studentenstad van Spanje. De hoofdstad huisvest topuniversiteiten zoals de Complutense Universiteit en de Autonome Universiteit van Madrid. Jaarlijks trekken die tienduizenden studenten aan, waaronder veel internationale. Madrid biedt bovendien een levendige cultuur, goede werkmogelijkheden en internationale allure – aantrekkelijk voor wie meer zoekt dan alleen studie.
- Barcelona combineert een sterke academische reputatie met creativiteit en innovatie. Universiteiten als de Universitat de Barcelona en Pompeu Fabra staan hoog op internationale ranglijsten. De stad trekt studenten die houden van cultuur, vernieuwing en een bruisend stedelijk leven.
- Valencia valt op door de balans tussen kwaliteit en betaalbaarheid. De Universitat de València behoort wereldwijd tot de top 50 in vakgebieden als rechten en letteren. Het mediterrane klimaat, de lagere kosten van levensonderhoud en het ontspannen tempo maken Valencia geliefd onder studenten.
- Salamanca is dé klassieke universiteitsstad van Spanje. Met de beroemde Universidad de Salamanca – een van de oudste van Europa – ademt de stad academische traditie. Het compacte centrum, het bruisende studentenleven en de rijke geschiedenis trekken zowel Spaanse als Erasmus-studenten aan.
- Granada is vooral populair onder uitwisselingsstudenten. De Universiteit van Granada heeft een uitstekende reputatie en scoort hoog in wereldwijde rankings. Studenten waarderen de stad om haar authentieke sfeer, gastvrije karakter en relatief lage kosten. Dat maakt Granada een van de meest geliefde plekken om te studeren én te leven.
Selectividad in Spanje als sociale scheidslijn?
Voordat studenten echter hun koffers kunnen pakken voor hun studentenstad, moeten ze eerst de Selectividad goed doorkomen – en juist daar wringt het. Want hoewel dit examen bedoeld is om iedereen gelijke toegang tot de universiteit te geven, blijkt de praktijk anders.
Leerlingen uit gezinnen met meer middelen hebben vaker toegang tot betere voorbereiding, privéonderwijs en scholen met soepelere beoordelingssystemen. Wie het zich kan veroorloven, kan zijn kansen op een hoge score aanzienlijk vergroten. De kloof tussen kansarm en kansrijk groeit, en dat wordt in 2025 duidelijker dan ooit.
Bron: El País