Ábalos veroordeeld, maar de Koldo-zaak reikt veel verder dan de mondkapjesfraude

door Judith Goeree
Ábalos, Koldo en De Aldama in een verder onderzoek rond de Koldo-zaak naar onder andere fraude bij openbare werken

Toen het Spaanse Hooggerechtshof deze week zware gevangenisstraffen uitsprak tegen voormalig minister José Luis Ábalos, zijn adviseur Koldo García en zakenman Víctor de Aldama, leek daarmee een van de grootste politieke schandalen van de afgelopen jaren te zijn afgesloten. Maar achter het vonnis gaat een verhaal schuil dat mogelijk veel groter is dan de mondkapjesfraude waarvoor de drie zijn veroordeeld.

In het kort

  • José Luis Ábalos is veroordeeld tot 24 jaar en drie maanden gevangenisstraf wegens corruptie rond mondkapjescontracten.
  • Ook voormalig adviseur Koldo García en zakenman Víctor de Aldama kregen celstraffen opgelegd.
  • Volgens het Hooggerechtshof was sprake van een netwerk van steekpenningen, gunsten en politieke invloed.
  • Ondertussen lopen nieuwe onderzoeken naar openbare werken, geldstromen en andere mogelijke betrokkenen.
  • Daardoor is de Koldo-zaak na de veroordelingen nog lang niet afgesloten.

Het onderzoek reikt verder dan de mondkapjes

Wat begon als een onderzoek naar verdachte coronacontracten, heeft zich ontwikkeld tot een dossier waarin ook openbare aanbestedingen, commissiebetalingen, vastgoed, politieke contacten en de rol van invloedrijke figuren binnen de PSOE aan bod komen. Verschillende onderzoekslijnen lopen nog altijd door. Daardoor draait de discussie in Spanje inmiddels niet meer alleen om de vraag wat Ábalos heeft gedaan, maar ook om hoe omvangrijk het netwerk rond hem was en wie daarvan profiteerden.

Ábalos kreeg van het Hooggerechtshof een gevangenisstraf van 24 jaar en drie maanden. Koldo García werd veroordeeld tot 19 jaar en acht maanden cel. De Aldama kreeg vier jaar en zes maanden. Daarmee heeft de Spaanse justitie voor het eerst juridisch vastgesteld dat rond de mondkapjescontracten sprake was van corruptie. Tegelijkertijd wijzen het vonnis en de lopende onderzoeken erop dat de zaak mogelijk veel groter is.

Van coronacontracten naar een groter netwerk

De Koldo-zaak begon met de aankoop van mondkapjes tijdens de coronapandemie. In die chaotische periode werden in hoog tempo contracten afgesloten voor beschermingsmateriaal. Volgens het Hooggerechtshof maakten Ábalos, García en De Aldama daarbij misbruik van hun positie en contacten om opdrachten toe te spelen aan bevriende bedrijven.

De rechters achten bewezen dat daar tegenover geldbetalingen en andere voordelen stonden. Het ging niet alleen om contante bedragen, maar ook om huisvesting, banen en gunsten voor personen uit de directe omgeving van Ábalos.

Opvallend is dat het hof de betrokkenen niet neerzet als een gelegenheidsverband dat ontstond tijdens de pandemie. Uit het vonnis ontstaat juist het beeld van een relatie die al langer bestond. Zo ontving Koldo García volgens de uitspraak gedurende langere tijd maandelijks 10.000 euro van De Aldama. Voor de rechters is dat een aanwijzing dat sprake was van een duurzame samenwerking en niet van een eenmalige constructie rond de mondkapjescontracten.

Openbare werken in beeld

Juist daar begint het deel van de zaak dat nog niet is afgerond. Volgens verklaringen van De Aldama werd niet alleen gesproken over coronacontracten, maar ook over grote infrastructurele projecten. Daarbij beschreef hij hoe bedrijven bewust te laag konden inschrijven om een aanbesteding te winnen.

Volgens De Aldama werd besproken hoe dergelijke biedingen konden worden gebruikt om projecten te winnen. Of daarbij daadwerkelijk sprake was van fraude, staat niet vast. De verklaringen maken echter deel uit van onderzoeken die nog lopen naar mogelijke manipulatie van openbare aanbestedingen.

Het Hooggerechtshof heeft zich daar in dit vonnis niet over uitgesproken. De rechters beperken zich tot de feiten waarvoor de verdachten terechtstonden. Tegelijkertijd verwijzen zij wel naar contacten en geldstromen die buiten de mondkapjeszaak vallen en inmiddels onderwerp zijn van afzonderlijke onderzoeken.

De naam die blijft terugkomen: Santos Cerdán

Steeds vaker duikt in de Spaanse berichtgeving één naam op: Santos Cerdán. Jarenlang gold hij als een van de machtigste organisatoren binnen de PSOE en als een vertrouweling van premier Pedro Sánchez. Volgens verklaringen van De Aldama was het Cerdán die Ábalos en Koldo García met elkaar in contact bracht — waarmee hij een mogelijke schakel vormt tussen de veroordeelde mondkapjeszaak en de onderzoeken naar openbare werken.

De naam Cerdán duikt op in verschillende onderzoeksdossiers rond mogelijke commissiebetalingen bij openbare werken. Hij ontkent iedere betrokkenheid en tegen hem is geen veroordeling uitgesproken. Wel wordt hij gezien als een sleutelfiguur in de vraag hoe de verschillende onderdelen van de affaire met elkaar verbonden zijn.

Dat maakt zijn rol politiek gevoelig. Waar de eerste rechtszaak vooral draaide om Ábalos, verschuift de aandacht steeds meer naar de bredere omgeving waarin hij jarenlang opereerde.

De zwarte doos van de Koldo-zaak

In een analyse omschreef de Spaanse journaliste Neus Tomàs de affaire rond Ábalos, Koldo García en Víctor de Aldama als een “zwarte doos”. Niet omdat onduidelijk is wat er is gebeurd, het Hooggerechtshof heeft inmiddels vastgesteld dat sprake was van corruptie rond de mondkapjescontracten, maar omdat nog altijd veel vragen openstaan over de omvang van het netwerk en de manier waarop het functioneerde.

De veroordelingen hebben een aantal feiten vastgesteld, maar tegelijk nieuwe vragen opgeroepen. Welke rol speelden personen die niet terechtstonden in het eerste proces? Hoe verhouden de onderzoeken naar openbare werken zich tot de mondkapjeszaak? En hoe moeten de geldstromen en contacten worden geïnterpreteerd die in verschillende dossiers naar voren komen?

De vraag is niet langer of er sprake was van corruptie, maar of de veroordeelde feiten slechts een deel vormen van een veel groter geheel.

Een blijvend probleem voor Sánchez

Voor premier Pedro Sánchez blijft de zaak desondanks een politieke last. Ábalos was jarenlang een van zijn belangrijkste bondgenoten. Hij speelde een centrale rol bij de terugkeer van Sánchez aan de leiding van de PSOE en werd daarna zowel partijsecretaris als minister van Transport.

De PSOE benadrukt dat Ábalos inmiddels uit de partij is gezet en dat Sánchez zelf geen verdachte is. Toch blijft de affaire de regering achtervolgen. Iedere nieuwe onthulling roept opnieuw vragen op over toezicht, interne controle en politieke verantwoordelijkheid.

Dat geldt des te meer nu de aandacht verschuift van de mondkapjescontracten naar mogelijke onregelmatigheden rond openbare werken, een terrein waar veel grotere bedragen mee gemoeid zijn.

Meer vragen dan antwoorden

In veel corruptiezaken vormt een veroordeling het eindpunt van een onderzoek. De Koldo-zaak lijkt eerder het tegenovergestelde effect te hebben.

Het vonnis heeft een aantal feiten vastgesteld, maar heeft tegelijkertijd nieuwe aandacht gevestigd op onderzoekslijnen die nog openstaan. Hoe groot was het netwerk precies? Welke rol speelden andere betrokkenen? En in hoeverre waren de activiteiten beperkt tot een kleine groep rond Ábalos, of maakten zij deel uit van een bredere structuur?

Op die vragen bestaat voorlopig nog geen definitief antwoord.

Daarom wordt de uitspraak van deze week in Spanje niet alleen gezien als een afrekening met het verleden, maar ook als een beginpunt voor nieuwe onderzoeken. De mondkapjesfraude heeft geleid tot veroordelingen. De vraag die nu boven de markt hangt, is hoeveel van het verhaal nog niet is verteld.

Hoe gaat het nu verder?

Bij de Audiencia Nacional lopen nu minstens drie afzonderlijke onderzoekslijnen: naar de mondkapjescontracten op de Canarische Eilanden en de Balearen, naar mogelijke fraude bij aanbestedingen van openbare werken en naar vermeende contante betalingen binnen de PSOE. Hoe groot het netwerk werkelijk was en wie er nog meer van profiteerden, zal waarschijnlijk pas de komende jaren blijken.

Bronnen: El País, El Diario