Een opmerkelijke uitkomst in het nieuwste PISA-rapport: de leerprestaties van de rijkste Spaanse scholieren zijn de afgelopen jaren meer dan twee keer zo hard gedaald als die van de armste. Het rapport, dat dinsdag werd gepubliceerd, laat verder een forse terugval zien over de hele linie.
Spanje verloor de afgelopen tien jaar 16 punten in wetenschappen, 29 punten in wiskunde en zelfs 45 punten in leesvaardigheid. Daarmee daalt Spanje sneller dan het OESO-gemiddelde: negen punten meer in wetenschappen, zeven meer in wiskunde en 18 meer in leesvaardigheid. Ook ten opzichte van de vorige meting uit 2022 gaat het achteruit, met dalingen van acht, 16 en 23 punten.
PISA staat voor Programme for International Student Assessment. Het driejaarlijkse onderzoek van de OESA test de vaardigheden van middelbare scholieren in tientallen landen wereldwijd. Het doel is landen met elkaar te kunnen vergelijken op hoe goed hun onderwijssysteem jongeren voorbereidt op de praktijk, niet op specifieke lesstof uit het curriculum.
Het rijkste kwart valt het hardst terug
Onderzoekers keken ook naar de sociaaleconomische achtergrond van leerlingen, gemeten via een index die het opleidingsniveau van ouders, hun beroepsstatus en bezittingen in huis combineert. Bij het rijkste kwart van de leerlingen daalden de resultaten met 12,6 punten in wetenschappen, 24,2 in wiskunde en 33 in leesvaardigheid. Bij het armste kwart bleef de terugval steken op 4,5, 10,5 en 15,1 punten, ruwweg de helft.
Het Spaanse ministerie van Onderwijs en de OESO hebben vooralsnog geen verklaring voor dit, wat ze zelf een “opmerkelijk” patroon noemen. Wel wordt het verschijnsel, zij het minder uitgesproken, in de meeste andere landen ook waargenomen. Voor Spanje betekent het dat de kloof tussen arm en rijk in het onderwijs licht is afgenomen, simpelweg omdat de armere leerlingen hun niveau iets beter wisten vast te houden tijdens een algemene terugval.
De rol van smartphones en kunstmatige intelligentie
Leesvaardigheid blijkt het grootste probleem. OESO-onderzoeker Tue Halgreen wijst erop dat dit vooral misgaat zodra leerlingen lange teksten moeten lezen of verschillende bronnen met elkaar moeten vergelijken. Volgens hem viel de start van de terugval samen met de opkomst van de smartphone rond 2015.
Voor het eerst is in dit rapport ook gekeken naar het effect van kunstmatige intelligentie op het leren. Spaanse leerlingen behoren tot de koplopers in het gebruik van AI-tools, voor het samenvatten van teksten, onderzoek doen of hulp bij huiswerk. Landen waar AI veel wordt gebruikt, scoren over het algemeen slechter in het onderzoek. Halgreen benadrukt wel dat gematigd en doordacht gebruik wel degelijk voordelen kan hebben.
Een paar lichtpuntjes
Niet alles is somber. Spanje scoort relatief goed op nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en het gevoel ergens bij te horen. Op dat laatste punt is het verschil met de rest van Europa opvallend groot: Spanje haalt een index van 0,46, tegenover 0,12 in de EU en 0,09 gemiddeld in de OESO. Het ministerie ziet in deze uitkomsten aanknopingspunten om nieuw onderwijsbeleid op te bouwen.