De grote paradox: Spaanse bedrijven vinden geen personeel, ondanks miljoenen werkzoekenden

door Else BeekmanElse Beekman
personeelstekort in Spanje: vooral veel bouwvakkers gezocht

Spanje kampt met een opvallende arbeidsmarktparadox. Bijna 4,7 miljoen mensen willen werken of meer uren maken, maar tegelijk zegt 45 procent van de bedrijven dat ze moeilijk personeel kunnen vinden. Vooral in de bouw, horeca en transportsector knelt het. Wat zit daarachter?

In het kort

  • Spanje heeft 4,7 miljoen beschikbare arbeidskrachten, maar 45 procent van de bedrijven vindt moeilijk personeel.
  • Vooral bouw, horeca, transport, landbouw, zorg en IT kampen met tekorten.
  • Het probleem zit vooral in een mismatch tussen gevraagde profielen en beschikbare werkzoekenden.
  • Betere scholing, erkenning van ervaring en aantrekkelijkere arbeidsvoorwaarden zijn nodig.

Het probleem is niet dat er te weinig mensen zijn, maar dat bedrijven op zoek zijn naar profielen die vaak niet aansluiten bij de mensen die beschikbaar zijn.

Liefst 18,2% van de Spaanse beroepsbevolking blijft onbenut, zo blijkt uit cijfers van Eurostat. Dat komt neer op 4,69 miljoen mensen. Daaronder vallen vanzelfsprekend officieel geregistreerde werklozen en ook mensen die graag aan de slag willen maar niet actief zoeken, mensen die niet direct beschikbaar zijn en deeltijdwerkers die meer uren zouden willen maken.

Toch remt het tekort aan personeel nog altijd veel bedrijven af. Uit de nieuwste enquête van de Banco de España onder ondernemers blijkt dat 45 procent last heeft van de beperkte beschikbaarheid van arbeidskrachten. Dat aandeel lag eind vorig jaar nog op 48%. De druk lijkt iets af te nemen, maar het probleem is daarmee verre van opgelost. Personeelstekort blijft, na economische onzekerheid, een van de grootste zorgen van Spaanse bedrijven.

Vooral bouw, horeca en transport voelen de krapte

De problemen zijn het grootst in sectoren waar veel handen nodig zijn. In de bouw zegt 58 procent van de bedrijven dat het personeelstekort hun activiteit negatief beïnvloedt. In de horeca gaat het om 55 procent en in transport om 52 procent.

Dat beeld sluit aan bij het aantal openstaande vacatures. Eind 2025 stonden in Spanje ruim 155.000 vacatures open. Toch heeft Spanje, vergeleken met andere landen in de eurozone, relatief weinig openstaande banen. Precies daarin schuilt de Spaanse paradox. Er zijn veel mensen zonder werk of met te weinig werk, maar bedrijven krijgen hun roosters, bouwplaatsen of transportdiensten toch niet rond.

Werkzoekenden passen niet altijd bij de gevraagde banen

De Banco de España wijst vooral op een gebrek aan geschikte kandidaten. Werkgevers zoeken mensen met specifieke ervaring, diploma’s of praktische vaardigheden. Een deel van de werkzoekenden beschikt daar niet over. Een deel dat wel ervaring heeft, kan die niet aantonen.

Bovendien raakt de werkloosheid steeds sterker geconcentreerd onder 45-plussers. Die hebben het vaker lastig om terug te keren in sectoren waar fysieke inzet, flexibiliteit of specifieke certificaten worden gevraagd. Ze willen wel werken, maar de arbeidsmarkt laat vaak weinig ruimte voor omscholing of een tweede kans.

Ook ziekteverzuim speelt mee. De Spaanse centrale bank wijst al langer op het oplopende aantal tijdelijke arbeidsongeschikten. Toch ligt de kern van het probleem volgens haar niet bij afwezige werknemers, maar bij het vinden van mensen die passen bij de functies die openstaan.

Welke profielen zoeken regio’s vooral?

De personeelstekorten verschillen sterk per regio. In toeristische gebieden gaat het vooral om horeca, schoonmaak en hotelpersoneel. In landbouwregio’s draait het vaker om seizoenarbeid, logistiek en voedselverwerking. In Madrid en Barcelona komt daar een groeiende vraag naar IT’ers, zorgpersoneel en technische profielen bij.

Een landelijke ranglijst per autonome gemeenschap bestaat niet in één vaste vorm. De Spaanse arbeidsdienst SEPE werkt vooral met provinciale gegevens, beroepen met veel contracten en prognoses voor nieuwe aanwervingen. Op basis van die gegevens en regionale arbeidsmarktrapporten ontstaat wel een duidelijk beeld van de functies waar de vraag het grootst is:

  • Catalonië: schoonmaak- en hotelpersoneel, obers en koks, winkelpersoneel, industriële technici en productiemedewerkers, IT-profielen zoals programmeurs en cybersecurityspecialisten, en zorgpersoneel.
  • Balearen: obers en barmedewerkers, koks, kamermeisjes en schoonmaakpersoneel, hotelreceptionisten, chauffeurs voor toeristisch vervoer en technisch onderhoudspersoneel voor hotels.
  • Valenciaanse Gemeenschap: landarbeiders en medewerkers in de agrofoodsector, horecapersoneel aan de kust, magazijn- en logistiek personeel, onderhoudsmonteurs, winkel- en klantenservicemedewerkers, en digitale profielen.
  • Murcia: landarbeiders, medewerkers in voedselverwerking, magazijnpersoneel, vrachtwagenchauffeurs, horecapersoneel in kustgebieden, installateurs en zorgpersoneel.
  • Andalusië: seizoenarbeiders in de landbouw, horeca- en keukenpersoneel, schoonmaak- en zorgmedewerkers, bouwvakkers, chauffeurs en IT- en zakelijke dienstverleners in steden als Sevilla en Málaga.
  • Madrid: IT-professionals, dataspecialisten en cybersecurityexperts, klantenservicemedewerkers en teleoperators, financiële profielen, zorgpersoneel, horecapersoneel en commerciële B2B-functies.
  • Canarische Eilanden: obers en koks, hotelhousekeeping, receptionisten en toeristisch entertainmentpersoneel, buschauffeurs en chauffeurs voor toeristisch vervoer, bouw- en onderhoudspersoneel en winkelmedewerkers in toeristische zones.

De lijst maakt duidelijk dat de Spaanse arbeidsmarkt twee snelheden kent. Aan de ene kant blijven klassieke sectoren als horeca, landbouw, schoonmaak, bouw en transport grote aantallen mensen nodig hebben. Anderzijds groeit de vraag naar technici, zorgmedewerkers en digitale profielen. Juist die combinatie maakt het probleem lastig op te lossen met alleen meer vacatures of meer werkzoekenden.

Migratie helpt, maar lost niet alles op

Dat de Spaanse economie steeds sterker leunt op buitenlandse werknemers helpt. Het aantal werkende migranten groeit en werkgevers steunen bovendien de regularisatie van mensen zonder verblijfs- of werkvergunning. Zij kunnen tekorten helpen opvangen, zeker in sectoren waar de vraag naar personeel groot blijft.

Maar ook hier loopt Spanje tegen grenzen aan. Veel migranten zijn juist overgekwalificeerd voor het werk dat ze doen. Spanje heeft binnen de EU het hoogste aandeel werknemers met een baan onder hun opleidingsniveau. Gemiddeld gaat het om 37,3 procent van de werkenden. Bij Spanjaarden ligt dat aandeel op 32,7 procent, bij werknemers van buiten de EU loopt het op tot 52,3 procent.

Een belangrijke oorzaak is dat buitenlandse diploma’s en beroepservaring in Spanje vaak moeilijk of traag worden erkend. Daardoor belanden mensen met een opleiding of vakkennis regelmatig in banen waarvoor ze eigenlijk te hoog zijn opgeleid.

Meer nodig dan alleen vacatures vullen

Ook Spaanse werkzoekenden lopen tegen erkenning van ervaring aan. Wie jarenlang in een sector heeft gewerkt, maar geen officieel certificaat heeft, komt niet altijd door de selectie. Dat werd duidelijker na het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel. Veel bouwvakkers konden destijds hun ervaring moeilijk omzetten in erkende kwalificaties.

De roep om een bredere aanpak klinkt daarom steeds luider. Werkgevers, vakbonden en deskundigen wijzen niet alleen naar scholing, maar ook naar lonen en arbeidsvoorwaarden. Sectoren als horeca, bouw en transport zijn zwaar, kennen onregelmatige werktijden en betalen niet altijd genoeg om aantrekkelijk te blijven.

Zolang dat niet verandert, blijft Spanje kampen met dezelfde tegenstelling: miljoenen mensen die willen werken, en bedrijven die zeggen niemand te kunnen vinden. Een beter opleidingssysteem kan helpen, net als snellere erkenning van diploma’s en ervaring. Maar uiteindelijk draait het ook om de vraag of de banen die worden aangeboden aantrekkelijk genoeg zijn.