Na vijf maanden van dalingen zit er weer een kleine plus in de woningverkopen in Spanje. In juni werden 59.288 woningen verkocht. Dat is 1,6 procent meer dan in dezelfde maand vorig jaar. Achter dat landelijke cijfer gaan wel flinke regionale verschillen schuil.
De opleving komt vooral door de verkoop van nieuwbouwwoningen. Daarvan wisselden er 12.766 van eigenaar, 6,3 procent meer dan een jaar eerder. Bij bestaande woningen bleef de stijging beperkt tot 0,3 procent. Met 46.522 verkopen vormden die nog altijd verreweg het grootste deel van de markt.
Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het Spaanse statistiekbureau INE, waarover ook El País bericht.
Woningverkopen Spanje herstellen voorzichtig
De stijging van 1,6 procent lijkt bescheiden, maar vormt een duidelijke omslag. In de eerste vijf maanden van 2026 daalde het aantal verkopen steeds ten opzichte van dezelfde maanden in 2025. In mei bedroeg de afname nog 7,3 procent. Van een krachtig herstel over de hele linie is nog geen sprake. In de eerste helft van dit jaar werden in totaal 347.464 woningen verkocht. Dat waren er 2,6 procent minder dan in de eerste zes maanden van 2025.
Het huidige verkoopniveau blijft historisch gezien wel hoog. Alleen in 2007 en vorig jaar werden in de eerste jaarhelft meer woningen verkocht.
Asturias voorop, daling op de Balearen
De verschillen tussen de Spaanse regio’s zijn groot. Navarra noteerde in juni de sterkste stijging met 22,6 procent. Castilla La Mancha volgde met 22,2 procent. Ook Asturias deed het opvallend goed. Daar steeg het aantal verkopen met 10,4 procent. De noordelijke regio trekt steeds meer belangstelling van mensen die op zoek zijn naar groen, rust en een milder zomerklimaat.
Aan de andere kant van de ranglijst staat Cantabrië. Daar daalden de woningverkopen met 21,5 procent. Op de Balearen ging het om een afname van 11,7 procent. In Galicië werden bijna 8 procent minder woningen verkocht. Madrid kwam met een groei van 0,7 procent net weer in de plus. In Catalonië bleef de stijging beperkt tot 0,1 procent.
Op basis van deze regionale verschillen blijkt wel weer dat er niet één Spaanse woningmarkt bestaat. Lokale prijzen, het beschikbare aanbod en de economische situatie kunnen per provincie en zelfs per gemeente sterk verschillen.
Nieuwbouw trekt de markt
Vooral de groei van de nieuwbouwverkopen valt op. Toch vormden nieuwbouwwoningen in juni maar iets meer dan een vijfde van alle verkochte woningen. Het aanbod blijft op veel plaatsen beperkt. Bouwgrond is schaars en nieuwe projecten komen niet overal even snel van de grond. Ook zorgt het volle elektriciteitsnet op steeds meer plaatsen voor problemen. Daardoor zijn woningzoekers in veel regio’s vooral aangewezen op bestaande woningen.
Ook bij sociale en andere beschermde woningen blijft het aanbod klein. In juni werden 3.679 beschermde woningen verkocht. Dat was bijna 12 procent minder dan een jaar eerder. De verkoop van woningen op de vrije markt steeg juist met 2,6 procent tot 55.609 transacties.
Meer verkopen betekent niet lagere prijzen
Het aantal verkopen zegt niet automatisch iets over de richting van de woningprijzen. Een lichte stijging van de transacties betekent dus niet dat huizen goedkoper worden.
Integendeel, de vraagprijzen lagen in juni volgens de woningmarktindex van Fotocasa in alle autonome regio’s hoger dan een jaar eerder. Vooral Murcia, Cantabrië, de regio Valencia en Asturias lieten daarin sterke stijgingen zien.
Dat levert een opvallend beeld op. In Cantabrië daalde het aantal verkopen sterk, terwijl de vraagprijzen juist verder opliepen. Minder transacties hoeven dus niet te wijzen op minder belangstelling. Het kan ook betekenen dat kopers de gevraagde prijzen niet meer kunnen of willen betalen.
Steeds meer kopers onderhandelen of stellen hun aankoop uit. De combinatie van hoge prijzen, beperkte nieuwbouw en een koopkracht die niet even snel meegroeit, maakt het lastiger om een geschikte woning te vinden.
Eerder schreven we al dat experts rekening houden met opnieuw duurdere woningen in de tweede helft van 2026. Wie een huis in Spanje zoekt, doet er daarom goed aan niet alleen naar het landelijke gemiddelde te kijken. De lokale situatie kan er heel anders uitzien.