Dolores Ibárruri: wie was La Pasionaria?

Een bijnaam, een strijdkreet en een bewogen leven

door portret SAskia Plazier, inspanje.nl redacteurSaskia Plazier
Dolores Ibárruri

Voor de een een heldin, voor de ander allesbehalve dat. Want deze vrouw uit Baskenland was veel ineen: een invloedrijke politieke leider, een charismatisch spreker en een overtuigd communist. Eén strijd gaf ze daarbij nooit en te nimmer op: die voor de positie en rechten van vrouwen. Ze was een van de bekendste gezichten van het verzet tegen Franco, maar haar sterke banden met de Sovjet-Unie maakten haar ook omstreden: Dolores Ibárruri, beter bekend als La Pasionaria.

In het kort

  • Dolores Ibárruri werd in 1895 geboren in een mijnwerkersgezin in Baskenland.
  • Ze sloot zich aan bij de communistische beweging en werd een belangrijke leider van de Spaanse Communistische Partij.
  • Als La Pasionaria werd ze tijdens de Spaanse Burgeroorlog een van de bekendste stemmen van het republikeinse kamp.
  • De beroemde strijdkreet ‘¡No pasarán!’ raakte onlosmakelijk met haar verbonden, al had ze die niet zelf bedacht.
  • Na de overwinning van Franco vluchtte ze in 1939 naar de Sovjet-Unie, waar ze jarenlang in ballingschap leefde.
  • In 1977 keerde ze terug naar Spanje en werd ze opnieuw gekozen in het parlement. Ze overleed in 1989.

Het waren roerige jaren in Spanje. Tijdens de Tweede Republiek (1931-1939) lieten steeds meer vrouwen van zich horen. Clara Campoamor en Victoria Kent maakten naam in de politiek, terwijl María Zambrano een grote denker was.

In 1936 kreeg ook Ibárruri een zetel in het Spaanse parlement. Hun levens verliepen totaal verschillend, maar één ding hadden ze gemeen: ze namen geen genoegen met de plek die vrouwen destijds kregen toebedeeld.

Dolores Ibárruri: beginjaren

Dolores wordt in 1895 geboren in het Baskische Gallarta en bij de burgerlijke stand ingeschreven als Isidora Ibárruri Gómez. Gallarta ligt midden in de mijnstreek van de provincie Biskaje, niet ver van Bilbao. De mijnbouw bepaalt er het dagelijks leven: haar vader en veel andere familieleden verdienen er hun brood mee. Ze groeit op in een groot, traditioneel, katholiek en carlistisch gezind gezin. Ze wil eigenlijk onderwijzeres worden, maar verder studeren zit er niet in bij het grote arbeidersgezin. Als tiener gaat ze aan het werk als naaister en dienstmeisje.

In 1916, als ze eenentwintig is, trouwt ze met mijnwerker Julián Ruiz. Hij is socialist en zet zich in voor de mijnwerkers. Via hem leert Dolores het socialisme beter kennen. Ze leest veel, ontdekt het linkse marxisme en raakt steeds meer betrokken bij de strijd voor betere arbeidsomstandigheden.

De zware omstandigheden in de mijnstreek en de grote sociale verschillen die ze om zich heen ziet, gaan haar politieke ideeën steeds meer bepalen. De strijdlust waar ze later zo bekend om zou worden, krijgt in deze jaren vorm. Niet veel later sluit ze zich aan bij de socialistische beweging.

La Pasionaria

Hartstochtelijk en strijdvaardig: twee woorden die de bijnaam van Ibárruri ten volle rechtvaardigen. La Pasionaria ging uiteindelijk een eigen leven leiden. Een legendarische naam voor een legendarische vrouw.

In 1917 doet Ibárruri samen met haar man mee aan een van de grootste landelijke stakingen van Spanje van die tijd. Arbeiders eisen betere leef- en werkomstandigheden. Een paar maanden later grijpen de bolsjewieken tijdens de Russische Revolutie de macht. Dat maakt grote indruk op veel socialisten in Europa, zo ook op Dolores. Het versterkt haar overtuiging dat de arbeidersstrijd verder moet gaan dan hervormingen binnen het bestaande systeem. Het bewijs dat een communistische revolutie daadwerkelijk mogelijk is.

Dolores raakt politiek steeds meer geëngageerd en begint zelf te schrijven. Haar eerste politieke artikel verschijnt in het mijnwerkersblad El Minero Vizcaíno, precies rond Semana Santa. Ze zet er niet haar eigen naam onder, maar kiest een pseudoniem: Pasionaria, een verwijzing naar La Pasión, het lijden van Christus. De naam blijft hangen.

De politiek in

Ook in de politiek gaat het snel. Wanneer een deel van de socialisten breekt met de PSOE en voor het communisme kiest, sluit Ibárruri zich daarbij aan. Ze raakt al vroeg betrokken bij de beweging waaruit de Spaanse Communistische Partij (PCE) ontstaat.

In de jaren dertig richt ze zich ook nadrukkelijk op vrouwen. Ze wordt voorzitter van de Asociación de Mujeres Antifascistas, die vrouwen mobiliseert tegen het fascisme en aanspoort politiek actief te worden. Inmiddels heeft ze binnen de PCE carrière gemaakt en is ze in februari 1936 gekozen in het Spaanse parlement.

Vergeten vrouwen onder Franco: Spaanse heldinnen

¡No pasarán!

In juli 1936 breekt de Spaanse Burgeroorlog uit. De troepen van Franco rukken op richting Madrid. Ibárruri heeft inmiddels naam gemaakt binnen de communistische partij. Haar grote kracht: haar manier van spreken. Dat doet ze ferm, fel, bevlogen en recht voor zijn raap. Ze weet daarmee arbeiders en soldaten te raken.

Op 19 juli houdt ze een toespraak waarin ze de bevolking oproept zich tegen de opstandelingen te verzetten en het fascisme niet te laten winnen. Ze eindigt met de woorden: ¡No pasarán! – ‘Ze zullen er niet doorkomen’. De leus komt niet van haar en was tijdens de Eerste Wereldoorlog al te horen, maar La Pasionaria gaat ermee de boeken in. De woorden zijn nu onlosmakelijk verbonden met de Spaanse Burgeroorlog, het verzet tegen Franco en de strijd om Madrid.

Dat geldt ook voor Más vale morir de pie que vivir de rodillas: ‘Je kunt beter staand sterven dan op je knieën leven’. Van wie de woorden precies zijn, is niet helemaal duidelijk. Haar strijdlust vatten ze in ieder geval perfect samen.

Ballingschap in de Sovjet-Unie

Als Franco in 1939 de oorlog wint, vlucht La Pasionaria naar de Sovjet-Unie. Vanuit Moskou blijft ze nauw betrokken bij de PCE en in 1942 wordt ze secretaris-generaal van de partij. Als PCE-leider in ballingschap blijft ze nauw verbonden met de Sovjet-Unie en het door Moskou gedomineerde communisme. Die kant van haar politieke leven levert haar ook veel kritiek op.

Toch volgt ze Moskou niet altijd: in 1968 veroordeelt ze de inval van het Warschaupact in Tsjecho-Slowakije, die een einde maakt aan de Praagse Lente. Pas na de dood van Franco, als de Spaanse Transitie in gang gezet is, kan ze terugkeren naar Spanje.

In mei 1977 zet La Pasionaria na 38 jaar ballingschap weer voet op Spaanse bodem. Ze is dan 81 jaar oud en nog steeds niet klaar met de politiek.  Een maand later wordt ze bij de eerste democratische verkiezingen sinds de Franco-tijd opnieuw gekozen in het parlement. Bijna vier decennia nadat ze uit Spanje moest vluchten, neemt La Pasionaria opnieuw plaats in de Cortes. Haar rol is vooral symbolisch; twee jaar later vindt ze het mooi geweest en trekt ze zich terug uit de politiek.

Een leven met verlies

Het was een bewogen leven voor Dolores Ibárruri, op alle vlakken. Jaren in ballingschap en naast de politieke vervolgingen en de keren dat ze in de gevangenis belandde, kreeg ze ook privé veel te verduren. Haar huwelijk met Julián Ruiz hield geen stand; in 1933 scheidden ze. Samen kregen ze zes kinderen, van wie er vier al jong overleden.

Haar zoon Rubén vocht tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Rode Leger en sneuvelde in 1942 bij Stalingrad. Alleen haar dochter Amaya zou haar overleven. Dolores zelf bereikte wél een hoge leeftijd. Ze overleed in 1989 in Madrid, 93 jaar oud.

Meer weten over La Pasionaria? Bekijk hier een fragment uit de documentaire van de Spaanse regisseuse Amparo Climent.

YouTube player