Op het slechtst denkbare moment staat de Spaanse politiek opnieuw in brand. Nog maar net is de schok geland dat oud-premier Zapatero verdachte is in een grote corruptiezaak, of agenten van de Guardia Civil stappen het landelijk hoofdkwartier van zijn partij binnen om documenten op te halen. Het zijn twee verschillende zaken, maar omdat het kopstukken bij dezelfde partij betreft, worden ze in Spanje al in één adem genoemd.
Woensdagochtend 27 mei arriveerden agenten van de recherche-elite van de Guardia Civil aan de Calle Ferraz in Madrid. Daar is het landelijk hoofdkwartier van de PSOE, de partij van premier Pedro Sánchez gevestigd. In het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek bij de Audiencia Nacional kwamen zij documenten, contracten en financiële gegevens ophalen.

Al was het geen spectaculaire inval met tientallen dozen en rode politielint, toch leverde het politiek explosieve beelden op. Ferraz is als zenuwcentrum van de Spaanse sociaaldemocratie voor de tweede keer in korte tijd het toneel van een justitieel optreden.
Twee zaken, één adres
Zaak Zapatero/Plus Ultra
Het gaat om twee onderzoekslijnen, ook al lopen ze politiek steeds meer in elkaar over.
De eerste lijn draait om oud-premier José Luis Rodríguez Zapatero die wordt verdacht van een centrale rol in de redding van de kleine luchtvaartmaatschappij Plus Ultra tijdens de coronacrisis. De Spaanse staat pompte via staatsfonds SEPI 53 miljoen euro in die maatschappij, die nauwe banden had met Venezuela.
Volgens justitie bemiddelde Zapatero via een netwerk van tussenpersonen bij de overheid om die steun rond te krijgen. Daarvoor zou hij miljoenen aan commissies hebben ontvangen, verspreid over honderden overboekingen naar bedrijven in zijn naaste kring.
Zijn kantoor aan de Calle Ferraz werd eerder al doorzocht. Daarbij troffen agenten onder meer een kluis aan met luxehorloges, sieraden en foto’s van goudstaven. Zapatero ontkent alles. Begin juni moet hij zich persoonlijk verantwoorden bij de rechter.
Zaak 2: Leire Díez
De tweede lijn, die de actie van deze woensdag verklaart, is minder bekend maar minstens zo ongemakkelijk voor de partij. Die draait om Leire Díez, een tot voor kort relatief onbekende partijmilitante. Zij stond in Madrid bekend als iemand die achter de schermen problemen oploste en contacten legde.
Justitie onderzoekt of er via haar en een kleine kring partijfunctionarissen verdachte afspraken zijn gemaakt rond opdrachten en subsidies bij onder meer hetzelfde staatsfonds SEPI. In dat onderzoek duiken namen op van mensen die dicht tegen de partijtop aanzaten, onder wie Santos Cerdán, tot voor zijn gevangenisstraf in de zaak Koldo kort de sterke man van de partijorganisatie, en de oud-vicepresident van Andalusië Gaspar Zarrías.
Onderzoeksrechter Santiago Pedraz stuurde woensdag de Guardia Civil naar Ferraz om documenten over betalingen en opdrachten veilig te stellen.
Sánchez verdedigt alles vanuit Rome
De timing kon nauwelijks slechter. Sánchez was woensdagochtend in Rome voor een ontmoeting met paus Leo XIV toen de beelden van de Guardia Civil voor zijn partijkantoor zich verspreidden. In een kort persmoment bij de Spaanse ambassade probeerde hij de schade te beperken. Het gaat om een gericht verzoek om informatie in één specifieke zaak, zei hij, niet om een klassieke huiszoeking. Hij beloofde volledige medewerking en herhaalde zijn vertrouwen in Zapatero. Vervroegde verkiezingen sloot hij categorisch uit.
Oppositie ruikt bloed
De oppositie denkt daar anders over. PP-leider Alberto Núñez Feijóo eiste na de beelden uit Ferraz dat de bevolking ‘zo snel mogelijk’ opnieuw naar de stembus mag. Hij sprak van illegale partijfinanciering en stelde dat de legitimiteit van de regering op het spel staat.
Wat de situatie voor Sánchez extra lastig maakt, is dat de rechtszaken zich opstapelen. Naast Zapatero en Leire Díez lopen er ook onderzoeken naar zijn vrouw Begoña Gómez, zijn broer David Sánchez en voormalig minister José Luis Ábalos. Elk afzonderlijk kan hij wegzetten als een aanval via de rechter. De optelsom is moeilijker te negeren.
Zelfs binnen de eigen partij klinken zorgen. Emiliano García-Page, de socialistische president van Castilla-La Mancha en al langer een kritische stem richting Madrid, sprak van ‘het grootste risico voor de PSOE sinds de democratie’.
Wat nu?
De twee onderzoeken lopen voorlopig gewoon door. Op 2 juni staat Zapatero voor de rechter in de Plus Ultra-zaak. Parallel gaat het onderzoek naar Leire Díez verder, nu met de documenten die woensdag bij de partij zijn opgehaald.
Juridisch zijn het twee afzonderlijke dossiers, met twee verschillende rechters en twee verschillende reeksen verdenkingen. Maar in de politieke werkelijkheid van Madrid tellen ze bij elkaar op. En het PSOE-hoofdkwartier in de calle Ferraz, dat decennialang symbool stond voor de macht van de Spaanse sociaaldemocratie, is in korte tijd veranderd in het epicentrum van de zwaarste crisis die de PSOE in jaren heeft meegemaakt.