Wie voor het eerst door Madrid of Barcelona rijdt, ziet meteen het verschil met Noord-Europa: woonblok na woonblok, balkons zover het oog reikt, nauwelijks een tuin te bekennen. In Spaanse steden wordt veel vaker omhoog gebouwd dan in landen als Nederland, België of Duitsland.
In het kort
- Ongeveer 65 procent van de Spanjaarden woont in een flat of appartement
- Dat is het hoogste aandeel van de EU.
- In de Spaanse steden wordt gemiddeld hoger gebouwd dan in Noord-Europa.
- Daarvoor zijn verschillende oorzaken
- Hoogbouw heeft ook nadelen
Waarom veel Spanjaarden in een flat wonen
Dat beeld past ook bij de cijfers. Volgens Eurostat, het officiële statistiekbureau van de EU, woont ongeveer 65 procent van de Spanjaarden in een appartement, het hoogste aandeel van de Europese Unie. Toch geldt dat vooral voor de grote steden. Op het platteland en in kleinere dorpen zijn laagbouw, rijtjeswoningen en traditionele dorpshuizen juist heel gewoon.
Vooral steden als Madrid, Barcelona, Valencia en Málaga trekken het gemiddelde omhoog. Daar wonen veel mensen dicht op elkaar. Die manier van bouwen hangt samen met de geschiedenis van Spaanse steden, het warme klimaat, schaarse bouwgrond en de hoge woningdruk.
Historische stadsstructuur
Veel Spaanse steden groeiden eeuwenlang vanuit compacte, ommuurde kernen. Binnen die oude stadskernen was weinig ruimte, waardoor er al vroeg hoger werd gebouwd. Toen steden in de twintigste eeuw snel groeiden, bleef dat patroon grotendeels bestaan.
Vooral in de jaren zestig en zeventig werden in en rond Spaanse steden veel appartementen gebouwd om de snelle trek van het platteland naar de stad op te vangen. Spanje industrialiseerde in die periode in hoog tempo. In steden ontstond meer werk in fabrieken, de bouw en de groeiende toeristische sector, terwijl het platteland mechaniseerde en minder arbeidskrachten nodig had. Miljoenen Spanjaarden verhuisden daarom naar steden als Madrid, Barcelona, Bilbao en Valencia op zoek naar werk en een beter inkomen.
Om al die nieuwe inwoners snel te huisvesten, verrezen grote woonwijken met flats en appartementencomplexen aan de randen van de steden. Die bouwgolf heeft het huidige stadsbeeld van veel Spaanse grootstedelijke gebieden blijvend bepaald.
Grond is schaars en duur
In en rond Spaanse grote steden is bouwgrond schaars en kostbaar. Daardoor is het voor ontwikkelaars vaak efficiënter om meerdere woningen boven elkaar te bouwen dan om uit te waaieren over een groot oppervlak. Appartementen maken het mogelijk om op dezelfde grond meer woningen te realiseren.
Dat verklaart ook waarom appartementen in Spanje voor veel huishoudens een normale en toegankelijke woonvorm zijn. Appartementen zijn daar niet alleen een stedelijk verschijnsel, maar ook een gangbare route naar eigenaarschap.
Klimaat speelt mee
Het klimaat beïnvloedt ook de bouwvorm. In warme regio’s zijn gedeelde muren nuttig, omdat woningen minder direct worden blootgesteld aan zon en buitenwarmte dan vrijstaande huizen. Dat maakt compacte bebouwing in mediterrane steden praktisch.
In Noord-Europa is de woningvorm historisch vaak anders uitgepakt. Daar werden grotere huizen met tuinen aantrekkelijker gevonden, mede doordat meer ruimte beschikbaar was en buitenruimte een belangrijk onderdeel van het wooncomfort werd. Daardoor ontstond in veel landen een lager en horizontaler stedelijk patroon.
Verschil met Noord-Europa
Het verschil tussen Spanje en Noord-Europa is niet alleen cultureel, maar ook ruimtelijk. In veel Noord-Europese landen is de bevolkingsdichtheid lager buiten de grote steden, waardoor woningen vaker in lagere dichtheid worden gebouwd. Nederland vormt deels een uitzondering, met veel rijtjeshuizen en compacte woonwijken, maar ook daar is het patroon anders dan in veel Spaanse steden.
De tegenstelling is dus niet simpel “Spanje bouwt hoog, Noord-Europa laag”. Het gaat eerder om verschillende woonvormen die passen bij lokale geschiedenis, grondprijzen, klimaat en ruimtelijke ordening.
Benidorm als voorbeeld
Benidorm aan de Costa Blanca is een van de bekendste voorbeelden van hoge bebouwing in Spanje. De stad staat vol appartementen- en woontorens en is daarmee een extreem voorbeeld van verticale stedelijke ontwikkeling.
Die keuze laat goed zien hoe hoog bouwen ruimte kan besparen voor stranden, openbare ruimte en voorzieningen. Tegelijk brengt het ook nadelen mee, zoals druk op infrastructuur, watergebruik en de belasting van de omgeving in drukke vakantieperiodes.
Hitte en leefbaarheid
In dichtbebouwde steden stijgt de temperatuur vaak sterker dan in omliggende, groenere gebieden. Dat komt doordat asfalt, beton, steen en daken overdag warmte opnemen en die ’s avonds en ’s nachts langzaam weer afgeven. Daardoor koelen versteende wijken minder snel af, zeker tijdens warme, windstille periodes.
In Spaanse steden speelt dat extra sterk mee omdat er veel dichtbebouwde wijken zijn en de zomers lang heet kunnen zijn. Als er weinig bomen, schaduw en water aanwezig zijn, blijft de warmte langer hangen tussen de gebouwen. Dat maakt sommige stadsdelen merkbaar warmer dan parken, buitenwijken of landelijke gebieden net buiten de stad.
Daarom investeren Spaanse gemeenten steeds vaker in bomen, schaduw, koelere materialen en energiezuinige gebouwen. De uitdaging is om steden dichtbebouwd te houden, maar tegelijk leefbaarder en beter bestand tegen hitte te maken.
Toekomst van de Spaanse stad
Het is niet waarschijnlijk dat Spaanse steden op korte termijn veel lager gaan bouwen. De woningdruk blijft groot en grond in populaire stedelijke gebieden blijft schaars. Wel verandert de manier waarop steden met die dichtheid omgaan.
Tegelijk groeit buiten de grootste steden de belangstelling voor ruimere woningen en meer buitenruimte. Vooral sinds de coronapandemie kijken meer Spanjaarden naar middelgrote steden, voorsteden en perifere gebieden waar woningen vaak betaalbaarder zijn. Toch blijft het appartement voorlopig de dominante woonvorm in Spanje.
Bronnen: El Economista, Eurostat